Toelichting
De gegevens die op deze pagina worden gepresenteerd, vormen een selectie van resultaten uit de Gezondheidsenquête uitgevoerd door Sciensano. Ze hebben betrekking op informele zorgverleners, gedefinieerd als personen van 15 jaar en ouder die minstens één keer per week informele hulp of zorg verlenen aan iemand met moeilijkheden als gevolg van leeftijd, een chronische ziekte of een handicap.
De term mantelzorger wordt vaak gebruikt voor personen die informele hulp bieden aan een naaste.
Het is echter belangrijk een onderscheid te maken tussen deze informele mantelzorgers (of mantelzorgers in ruime zin) en erkende mantelzorgers. In België wordt de erkenning van het statuut van mantelzorger geregeld door de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger, gewijzigd door de wet van 17 mei 2019. Deze procedure verloopt via het ziekenfonds van de mantelzorger en omvat twee vormen:
- De algemene erkenning, toegankelijk voor iedereen die regelmatig, onbezoldigd en niet-beroepsmatig hulp verleent aan een zorgbehoevende naaste die in België verblijft. Deze erkenning maakt het mogelijk de hoedanigheid van mantelzorger officieel te laten erkennen. Sommige ziekenfondsen voorzien daarnaast aanvullende voordelen of diensten.
- De erkenning met toekenning van sociale rechten, noodzakelijk om toegang te krijgen tot bepaalde rechten, waaronder het thematisch verlof voor mantelzorg. Hiervoor moet worden voldaan aan voorwaarden met betrekking tot de intensiteit van de geboden hulp en de zorgbehoefte van de geholpen persoon.
Meer informatie over mantelzorgers is terug te vinden op de website van de FOD Sociale Zekerheid.
In 2023 verleent 13,3% van de bevolking (van 15 jaar en ouder) minstens één keer per week informele hulp of zorg aan een persoon met moeilijkheden als gevolg van leeftijd, een chronische ziekte of een handicap. Dat komt overeen met meer dan 1,3 miljoen personen in België.
Dit percentage is vergelijkbaar met dat van 2018 (12,2%), maar ligt hoger dan in 2013 (9,4%).
Het aandeel informele zorgverleners is significant hoger bij vrouwen (15,3%) dan bij mannen (11,2%).
Vrouwen zijn significant vaker informele zorgverlener (15,3%) dan mannen (11,2%).
Het aandeel informele zorgverleners ligt hoger in Vlaanderen (13,4%) en Wallonië (15,0%) dan in Brussel (7,9%). Het aandeel informele zorgverleners is bovendien hoger bij vrouwen dan bij mannen in Vlaanderen en Wallonië, terwijl er in Brussel geen significant verschil tussen vrouwen en mannen wordt vastgesteld.
Het aandeel informele zorgverleners (of mantelzorgers) varieert naargelang de leeftijdsgroep. Het is het hoogst bij personen van 55 tot 64 jaar (23,2%), zowel bij vrouwen (26,4%) als bij mannen (19,9%).
In 2023 besteden informele zorgverleners uiteenlopende hoeveelheden tijd aan informele hulp of zorg:
- 74,5% besteedt hieraan minder dan 10 uur per week.
- 13,7% besteedt hieraan tussen 10 en 19 uur per week.
- 11,7% besteedt hieraan 20 uur of meer per week.
Er wordt geen significant verschil vastgesteld tussen vrouwen en mannen.
Het percentage informele zorgverleners dat in 2023 20 uur of meer per week besteedt aan het verlenen van hulp of zorg is stabiel gebleven ten opzichte van 2018 (13%), maar ligt duidelijk lager dan in 2013 (19,6%). Het percentage is significant hoger in Vlaanderen (14,6%) dan in Wallonië (7,8%). Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verschilt niet significant van de twee andere gewesten.
In 2023 werden informele zorgverleners voor het eerst bevraagd over de mate waarin zij zich belast voelen door hun zorgtaken.
- 14,7% van de personen die informele zorg verlenen, voelt zich zwaar belast door de hulp die zij bieden. Dit percentage ligt significant hoger bij vrouwen (19%) dan bij mannen (8,6%).
- Daartegenover staat dat 85,3% van de informele zorgverleners aangeeft zich weinig of niet belast te voelen door deze verantwoordelijkheid. Dit percentage ligt significant hoger bij mannen (91,4%) dan bij vrouwen (81%).
Er is wat dit betreft geen significant verschil tussen de drie gewesten.