Algemene gezondheid

1 Levensverwachting bij de geboorte

De levensverwachting bij de geboorte van vrouwen ligt hoger dan die van mannen. In 2024 bedraagt ze 84,4 jaar, terwijl die van mannen 80,5 jaar bedraagt. Het verschil komt dus uit op 3,9 jaar. Dat verschil is de voorbije dertig jaar echter kleiner geworden, doordat de vooruitgang bij mannen uitgesprokener was dan bij vrouwen.

2 Levensverwachting in goede gezondheid

Er is weinig verschil tussen mannen en vrouwen wat de betreft. In 2023 bedraagt die 64,4 jaar voor mannen en 63,5 jaar voor vrouwen.

3 Vroegtijdige sterftecijfer

Mannen lopen een duidelijk hoger risico op dan vrouwen. In 2024 bedraagt het vroegtijdige sterftecijfer 389,2 per 100.000 inwoners jonger dan 75 jaar bij mannen en 236,9 bij vrouwen. Het cijfer voor mannen ligt dus 1,6 keer hoger dan dat voor vrouwen.

Dit cijfer daalt over het algemeen in de loop der jaren, met een meer uitgesproken daling bij mannen. In 2020 was er echter een stijging van 9,6% bij mannen en 4,5% bij vrouwen, wat kan worden verklaard door de Covid‑19‑epidemie.

4 Vroegtijdige sterfte als gevolg van chronische aandoeningen

Mannen zijn vaker het slachtoffer van vroegtijdige sterfte als gevolg van chronische aandoeningen. In 2022 bedraagt het aantal overlijdens door chronische aandoeningen 92,9 per 100.000 inwoners jonger dan 65 jaar bij mannen en 67,1 bij vrouwen. Op de lange termijn neemt het aantal sterfgevallen af, met name bij mannen. De afgelopen jaren is er echter sprake van een stabilisatie (of zelfs een lichte stijging) bij vrouwen.

5 Langdurige ziekten of aandoeningen

Vrouwen geven vaker aan te lijden aan langdurige ziekten of aandoeningen dan mannen. In 2025 bedraagt het aandeel personen van 16 jaar en ouder dat dergelijke langdurige ziekten of aandoeningen meldt 32,5% bij vrouwen en 27,3% bij mannen, een verschil van 5,2 procentpunt.

6 Beperkingen in dagelijkse activiteiten

Vrouwen geven proportioneel vaker dan mannen aan beperkt te zijn in hun dagelijkse activiteiten om gezondheidsredenen. In 2024 verklaart 27,7% van de vrouwen van 16 jaar en ouder en 23,4% van de mannen van dezelfde leeftijd (ernstig of minder ernstig) beperkt te zijn in hun dagelijkse activiteiten om gezondheidsredenen, een verschil van 4,3 procentpunt.

Verken andere subthema's

Bekijk ook de andere pagina's over dit thema voor een completer beeld.